
Een van de pijlers onder het huidige mestbeleid is het stelsel van varkens- en pluimveerechten. Dit stelsel zorgt er samen met het stelsel van melkquota voor dat er een bovengrens is aan het aantal dieren dat in de belangrijkste sectoren van de Nederlandse veehouderij gehouden kan worden. Voor de periode vanaf 2014 wil staatssecretaris Bleker naar een stelsel dat vooraf de productie en afzet van mest in evenwicht brengt en houdt. De dierrechten zullen dan, net als het melkquotum, verdwijnen.
De staatssecretaris wil naar een mestaanpak langs drie sporen:
De hoeveelheid nutriënten in mest wordt door voermaatregelen verminderd. Maatregelen om onnodig hoge gehalten aan fosfor en stikstof in voer terug te dringen, kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de oplossing van het milieuprobleem.
In de melkveehouderij wordt fosfaat en stikstof in veevoer verlaagd op basis van afspraken tussen de veevoersector en zuivelfabrikanten. Vrijwilligheid is daarbij geen vrijblijvendheid! In de loop van 2011 en in 2012 zal de melkveehouderij resultaten moeten kunnen overleggen. Als dit tot onvoldoende resultaat leidt in 2012, zullen voermaatregelen alsnog wettelijk worden vastgelegd. De doelstelling is 10% minder fosfaat in het melkveerantsoen. Het aan derogatie (250 kg N/ha graasdieren) van de Nitraatrichtlijn verbonden mestproductieplafond van 173 miljoen kg fosfaat is de afgelopen drie jaar overschreden (in 2010 met 6 miljoen kilo!). Dit is een ongewenste situatie vanwege derogatieafspraken maar ook vanwege de druk op de mestmarkt.
In de varkenshouderij wordt een verordening van het Productschap Diervoeder voorbereid die zal leiden tot een hogere gemiddelde fosfaatefficiëntie in de varkenshouderij, en daarmee minder fosfaat in de mest.
Iedere veehouder die meer mest produceert dan hij binnen de gebruiksnormen op zijn eigen land kwijt kan, is verplicht een deel van zijn mest aan te bieden bij een gecertificeerde mestverwerker (op bedrijfsniveau of centraal). Het deel dat naar de mestverwerking moet, is afhankelijk van de regionale druk op de mestmarkt.
Een veehouder die zijn overschot mest volledig exporteert, hoeft niet aan de mestverwerking te leveren. De afzet van de overige mest moet vooraf contractueel geregeld zijn. Mest die niet vooraf contractueel is afgezet, mag niet geproduceerd worden. De contracten voor het afzetten bij mestverwerkers moeten voor 1 januari van het betrokken jaar zijn getekend. De contracten voor de overige afzet voor 15 mei van het betrokken jaar.
Nederland wil zich binnen de EU sterk maken om producten uit dierlijke mest als kunstmestvervangers te mogen gebruiken.