
Een aantal details moet nog worden uitgewerkt, maar de grote lijnen van het nieuwe mestbeleid zijn helder. Op 1 januari 2014 moet het nieuwe beleid ingaan.
Het nieuwe mestbeleid telt drie sporen:
Nieuw stelsel voor duurzaam evenwicht tussen mestproductie en mestafzet.
Veehouders die voldoende grond in gebruik hebben om de eigen mestproductie af te zetten, worden ontzien. Veehouders met onvoldoende grond in eigen gebruik, ongeacht het soort vee dat zij houden, moeten vooraf hun mestproductie verantwoorden. Mest waarvoor geen verantwoorde afzet gevonden wordt, mag niet geproduceerd worden!
Spoor 1 kent twee hoofdelementen:
Maatregelen om onnodig hoge gehalten aan fosfor en stikstof in voer terug te dringen, zonder dat dit ten koste gaat van de gezondheid en het welzijn van het dier.
Producten uit dierlijke mest als kunstmestvervanger toestaan.
Tijdens de stemming in de Tweede Kamer over het toekomstig mestbeleid, zijn de volgende drie moties aangenomen:
De versoepeling van de regelgeving na grondontsmetting wil men laten ingaan, vooruitlopend op het nieuwe mestbeleid.
De verplichting tot mestverwerking gaat in per 1 januari 2013. Momenteel wordt over de invulling van deze verplichting onderhandeld tussen het ministerie en het bedrijfsleven, waaronder LTO en NVV.
LTO is van mening dat het nu te vroeg is voor bovengenoemde motie over mestverwerking, omdat er nog veel details uitgewerkt moeten worden. Staatssecretaris Bleker heeft de motie ontraden, omdat hierdoor de kans bestaat dat de mestverwerking niet van de grond komt. “De motie is een bijl aan de wortels van het nieuwe mestbeleid”, aldus de staatssecretaris.
LET OP: de verplichting tot mestverwerking geldt niet voor veehouders die voldoende grond in gebruik hebben voor de afzet van hun eigen mestproductie.
De wetgeving voor mestverwerking en mestafzet moet eind 2012 af zijn. Het beleid is in grote lijnen vastgelegd, maar de details moeten nog uitgewerkt worden.
De volgende zaken zijn bekend:
Nederland wordt in drie regio’s ingedeeld:
1. Zuid: hoogste regionorm;
2. Oost: middelste regionorm;
3. Overig: laagste norm.
Over de hoogte van de regionormen vindt momenteel overleg plaats met het ministerie. Wel is duidelijk dat de regio’s overeenkomen met de concentratiegebieden zoals o.a. opgenomen in de Meststoffenwet.
Het percentage van het mestoverschot dat verplicht aan de mestverwerking aangeboden moet worden, is niet alleen afhankelijk van de regio, maar ook van de mestsoort. Waarschijnlijk zal voor pluimveemest een hoger afzetpercentage gelden dan voor varkens- en rundveemest. De laatste twee worden waarschijnlijk aan elkaar gelijkgesteld.
Over de hoogte van de norm per mestsoort wordt momenteel onderhandeld. Tevens wordt overlegd of een deel van het biologische mestoverschot (op bedrijfsniveau) ook verplicht verwerkt moet worden.
De overige details die de komende maanden worden uitgewerkt, zijn o.a. de verschillen in aanpak per regio, definiëring van de term mestverwerking, administratieve verplichtingen en de toetsing van het systeem.
***** Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend*****